De rol van de djembé-solist

Anders dan in de Westerse muziek,
staat in de Westafrikaanse percussie de djembé-solist niet in de schijnwerpers.
Zeker, de djembémeester (fola) is virtuoos op zijn instrument, maar is onderdeel
van het gehele gebeuren van muziek, dans en zang. Traditioneel begint een
zangeres (jeli muso, vrouwelijke griot) met haar zang afgestemd op een sociale
gebeurtenis van dat moment, waarbij de solist het juiste ritme inzet*. Dit
vereist om te beginnen al heel wat repertoirekennis van de djembesolist. Wordt
het ritme eenmaal gespeeld, dan moet de solist een uitstekend
gehoor hebben voor wat er zich binnen de rest van het muziekensemble afspeelt,
en moet tegelijkertijd de danseressen goed kunnen begeleiden. Is er een beginnend
danseres die enkele basisdanspatronen kent van het gespeelde ritme, dan moet ook
de djembesolist niet verder gaan dan enkele muzikale basispatronen spelen. Is de
danseres van wat gevorderder niveau die variaties op haar danspatronen kent, dan kan
ook de solist variëren op de
basispatronen. Heeft de solist met een volleerde danseres te maken, dan kan ook
de solist zich wagen aan improvisaties. Zodra de solist ziet dat de danseres moe
wordt, zet hij (of zij - maar dat is in Afrika een zeldzaamheid -) de chauffement in zodat de danseres nog eenmaal kan uitblinken en haar dans
beëindigen.
Waar de solist in de Westerse
pop- en jazzmuziek juist uitblinkt in het spelen van goede improvisaties, blinkt
de djembespeler dus vooral uit in zijn of haar vaardigheid om op de situatie te
kunnen inspelen en een goede inschatting te kunnen maken van de vaardigheden van
de medespelers en danseressen. Hij communiceert dan ook voortdurend, niet alleen
door oogcontact maar ook door bepaalde patronen te gebruiken. Uiteraard vereist
dit met name van de sangban- en doundounspelers dat ook zij die patronen kennen.
Vaak moet vooral de doundounspeler 'antwoorden' door daarop met een patroon te
reageren. Een voorbeeld bij uitstek hiervan is de Marakadon (u kunt daarnaar
luisteren op onze pagina
complete ritmes).
Een goede docent zal bij het aanleren van djembesolo's de leerlingen eerst leren luisteren naar vooral sangban- en
doundounpatronen, de solist-in-spé vervolgens enkele (vaststaande) basispatronen leren
en in een volgende stap variaties op die patronen laten spelen. Een topdocent
zal ook af en toe de leerlingen aan dansbegeleiding laten proeven, omdat dat een
kunst op zich is dat niet elke solist zomaar even kan, hoe virtuoos hij of zij
ook is!
Een djembesolist zal in
West-Afrika dan ook niet gauw als meesterspeler, 'fola', erkend worden. Het is
volstrekt uit den boze om zichzelf fola te noemen, die erkenning krijgt hij
van de sociale gemeenschap om zich heen.
* Buiten West-Afrika wordt een
ritme begonnen met een door de solist gespeeld beginsignaal; deze 'nieuwe'
traditie is echter afkomstig van de nationale balletten.
Bronnen:
Lessen van
Ponda O'Bryan
De
solodrummer in de Malinke traditie - Yanne de Belder
A guide to the jembe - Eric Charry
Other
websites:
Videoresultaten voor djembe solo
ritmes -
Djembe-foli@Haacht
AfrikaPercussie.nl
